Wat komt er op ons af?

0 Comments


In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste trends en ontwikkelingen die op de stad afkomen. We richten ons hierbij op de trends en ontwikkelingen die invloed zullen hebben op de ontwikkeling en inrichting van de stad.

  1. Groei van de stad
  2. Economie en werkgelegenheid
  3. Leefbaarheid en aantrekkelijkheid
  4. Energietransitie
  5. Iedereen helpt mee

1. Groei van de stad

De stad is in trek. In de wereld, in Europa en ook in Nederland groeien de steden sterk. Mensen kiezen er steeds vaker voor om in de stad te wonen vanwege alle voordelen die het wonen in de stad met zich meebrengt: de nabijheid van werk, voorzieningen, een stedelijk leven en gelijkgestemden. Men neemt daarbij de lasten van het wonen in de stad met alle plezier voor lief: de hogere woningprijzen, hogere parkeerdruk, minder ruimte en minder groen.

Groningen is één van de snelst groeiende steden van Nederland. Relatief gezien is alleen Utrecht harder gegroeid de afgelopen tien jaar. Deze groei zet de komende jaren door. Hoeveel, dat hangt af van de verschillende prognoses die gemaakt zijn. Dat de stad doorgroeit naar 225.000 inwoners in 2025, los van de herindeling, wordt door alle prognoses (CPB, O&S) bevestigd, maar er zijn ook prognoses die uitgaan van een groei naar misschien wel 250.000 inwoners of meer.

Een bijzonder aspect bij de groei van de stad is dat zich dit voordoet in een regio waar de bevolking krimpt. Deze krimp komt ook steeds dichter bij de stad. Het moment dat de gemeente Groningen de enige gemeente is in de wijde omtrek die nog groeit, komt steeds dichterbij. Het is de verwachting dat de krimp de komende jaren sterk doorzet en dat bewoners voor werk en voorzieningen steeds meer afhankelijk worden van de stad.

Naast groter wordt Groningen ook steeds internationale. Het aantal hotelovernachtingen neemt toe, en dat komt niet alleen maar door de tentoonstelling over David Bowie. Loop eens een middag door de binnenstad en je hoort Duits, Engels, Spaans, Chinees. De kennisinstellingen worden in een krimpende en vergrijzende regio steeds afhankelijker van het werven van internationals. Niet alleen om het aantal studenten op peil te houden, maar ook om de race om talenten vol te kunnen houden. Internationalisering gaat ook over mensen die het minder voor de wind gaat. West-Europa blijft voor hen een grote aantrekkingskracht houden. Juist een stad als Groningen heeft de randvoorwaarden om perspectief te bieden aan mensen die veiligheid en hulp zoeken.

Connectiviteit wordt steeds belangrijker. Snelle verbindingen met andere stedelijke regio’s in Nederland en Europa zijn cruciaal voor de economische ontwikkeling. We werken hard aan verbindingen over de weg en op het water, maar de connectiviteit over het spoor en door de lucht blijft achter bij de groeiende behoefte aan mobiliteit. Zo zien we een steeds groter wordende vraag naar verbindingen met Duitsland. Deze vraag wordt steeds vaker ingevuld door langeafstandsbussen zoals Flixbus. Nu al zien we een groot aantal verbindingen vanaf Groningen richting grote Duitse steden en verder Noord- en Oost-Europa in. Voor het succes van onze stedelijke regio zijn structurele investeringen in de spoorverbinding met Duitsland en Groningen Airport Eelde noodzakelijk.

Een belangrijke ontwikkeling is dat de exploitatie van het openbaar vervoer steeds lastiger wordt. In regio’s met meer grote kernen doet zich dit probleem niet voor, maar in Groningen wordt de exploitatie van het OV niet altijd gunstiger door toename van het aantal reizigers. Door de krimp in de regio wordt de vervoersvraag naar de stad namelijk steeds eenzijdiger: ’s ochtends in, ’s avonds uit. In de tegengestelde richting rijden treinen en bussen steeds vaker leeg. Dus ondanks een groeiend aantal reizigers staat de exploitatie van het OV onder druk.

Naast fysieke verbindingen zijn stabiele digitale verbindingen nu al een essentiële randvoorwaarde voor de economische ontwikkeling van stad en regio. De ontwikkelingen op dit gebied gaan bovendien bijzonder snel. Wat nu 4G is en morgen 5G, is over enkele jaren misschien wel XG. Digitale afstand tot Sydney, New York of Beijing is daarmee belangrijker dan de fysieke afstand tot Amsterdam.

De laatste trend die we in het kader van de groei van de stad onderscheiden is de toenemende druk op de openbare ruimte. Steeds meer fietsers, voetgangers, auto’s, bussen, vrachtwagens en andere weggebruikers maken gebruik van dezelfde hoeveelheid m2. We zien het ook terug in de drukte in onze parken op een mooie zomerse dag. De stad groeit door, maar de openbare ruimte groeit niet mee. Daarbij komt nog eens dat er steeds minder geld beschikbaar is voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte én dat de komende dertig jaar vele bruggen, kades en viaducten moeten worden vervangen.

We zien het ook terug in de wijken: groei van de stad leidt tot verdichting in de wijken. Mensen willen immers ín de stad wonen. Verdichting in de wijken leidt niet alleen tot de dakopbouw bij de buurman maar ook tot een grotere vraag naar parkeerruimte, speelruimte en fietsenstallingen in de wijk. En tot vraagstukken op het gebied van veiligheid en overlast. We verwachten dat deze trend zich de komende jaren versterkt zal doorzetten. Niet alles valt meer op te lossen met traditionele infrastructurele of regeltechnische maatregelen. Gedragsbeïnvloeding wordt steeds belangrijker: niet alleen slimme fietsroutes, maar ook pienter parkeren en zorgenvrij spelen.

Onze wijken staan er goed voor na de investeringen in de wijkvernieuwing. We blijven de ontwikkeling goed in de gaten houden. Daarvoor maken we wijkkompassen. Elke wijk heeft zijn eigen kwaliteiten. Om het goede woon- en leefklimaat in een steeds groeiende, drukkere stad te versterken willen we meer aandacht geven aan de sfeer, eigenheid en verscheidenheid van onze wijken, buurten en straten. Dat doen we straks ook voor de dorpen uit de gemeente Ten Boer.

2 Economie en werkgelegenheid

De kwaliteit van de leefomgeving wordt voor bedrijven steeds belangrijker als vestigingsfactor. De combinatie van hoogopgeleid talent, een aantrekkelijke historische binnenstad en een groot aanbod van culturele voorzieningen maakt dat Groningen een sterke positie heeft in de slag om talent.

Groningen is een stad met veel banen in de publieke sector. Het UMCG is één van de grootste ziekenhuizen van Nederland. Ook het Martiniziekenhuis, Rijksuniversiteit, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en Hanzehogeschool zorgen voor tienduizenden banen. Dat maakt Groningen gevoelig voor veranderingen in bijvoorbeeld de borgbekostiging, voor bezuinigingen op onderwijs en de instroom van studenten, maar zorgt ook voor een relatief stabiele ‘overheidseconomie’ met weinig pieken en dalen.

Groningen kent ook steeds meer kleine(re) ondernemingen, waaronder een relatief groot aantal start-ups in de IT-sector. Een aantal van deze start-ups heeft de potentie door te groeien tot een (middel)grote onderneming. Daarmee wordt de start-up sector van steeds groter belang voor de werkgelegenheid. Bij start-ups is veel innoverend vermogen aanwezig: van het inhuren van hackers voor het testen van de beveiliging van IT-systemen (HackerOne) tot het bouwen van een app die muziek direct in akkoorden omzet (Chordify) tot het aansluiten van (huishoudelijke) apparatuur op het Internet (het Internet of Things) – het gebeurt allemaal in of vanuit Groningen. De IT-sector en de start-ups in Groningen creëren veel werkgelegenheid en zet Groningen internationaal stevig op de kaart.

Het kan op termijn ook zorgen ook voor een teruglopend aantal arbeidsplaatsen door automatisering. Om een voorbeeld te noemen: doordat huishoudelijke apparatuur via het Internet of Things direct met leveranciers of moederbedrijven kan communiceren, worden veel tussenpersonen overbodig. Op een grotere schaal zien we al hoe de Albert Heijn kassa’s overbodig maakt, hoe magazijnen steeds verder geautomatiseerd en gerobotiseerd worden, en hoe het uitladen van scheepscontainers mogelijk is zonder menselijke tussenkomst.

Er komt meer druk te staan op de onderkant van de arbeidsmarkt: steeds meer laaggeschoold werk zal verdwijnen, en worden vervangen door robots of andere geautomatiseerde systemen. In Groningen wordt dat nog eens gecombineerd met het feit dat de stad van oudsher weinig middelgrote tot grote particuliere bedrijven kent, en een stad is met weinig industrie: hoewel Groningen nog bedrijven als de Theodorus Niemeyer-fabrieken, de SuikerUnie en Hooghoudt kent, is Groningen geen industriestad. Ook dat leidt ertoe dat Groningen relatief weinig werkgelegenheid kent voor het lager opgeleide deel van de bevolking.

Groningen is een kennisstad, met veel innoverend vermogen. Elke baan in kennis- en innovatiegerelateerde bedrijvigheid creëert 2,3 extra banen in andere sectoren richting bijvoorbeeld MKB of maakindustrie. Dit is de kracht van Groningen. Belangrijk is wel dat we ons adaptief vermogen versterken om de economie van Groningen aan te passen aan de snel veranderende omstandigheden. Blijven investeren in goed onderwijs voor laaggeschoold personeel is daarvan een goed voorbeeld. Het verbreden en slagvaardiger maken van onze samenwerking met de kennisinstellingen is een ander voorbeeld.

Een ander krachtig kenmerk van Groningen is de binnenstad. De waarde van die binnenstad draagt bij aan een gunstig vestigingsklimaat. Omdat mensen steeds meer op zoek zijn naar beleving en het thuiswindelen in opmars is, zien we een veranderend winkelaanbod in onze binnenstad. Dit veranderende winkelgedrag biedt mogelijkheden: mensen beginnen eigen wegwinkels, worden leverancier van pakketten, of experimenteren met andersoortige (cross-over) winkelformules. In onze binnenstadsvisie hebben we aangegeven hoe we onze binnenstad klaar willen maken voor de toekomst.

3 Leefbaarheid en aantrekkelijkheid

Groei in een compacte, verdichte stad als Groningen leidt steeds vaker tot functieconflicten in de openbare ruimte. De leefbaarheid raakt onder druk wanneer inwoners en gebruikers van de stad in elkaars vaarwater verzeild raken. Dat vraagt om ingrepen in de fysieke leefomgeving, ander gedrag, eigenaarschap en zeggenschap. In de historische binnenstad van Groningen krijgen voetgangers en fietsers meer ruimte. De inrichting van de openbare ruimte gaat drastisch op de schop om het verblijfsklimaat in ons stadscentrum een flinke impuls te geven. Dat biedt kansen voor de gastvrijheidseconomie in de binnenstad waar ontmoeten, winkelen, wonen, uitgaan en recreëren steeds meer in elkaar overlopen. In de wijken wordt ruimte voor ontmoeting, (sociale) veiligheid, versterking van de sociale samenhang, cultuur en bewegen in de openbare ruimte, bereikbaarheid van zorgvoorzieningen steeds belangrijker.

Ons leven speelt zich meer en meer buitenshuis af, in de open lucht. De klimaatverandering maakt het ook in Groningen mogelijk om vaker en langer buiten te zijn; in je eigen tuin, op het balkon, op terrassen, in plantsoenen en parken en op het water, op onze meren en plassen. De stad wordt in toenemende mate gebruikt als sportschool en als ontmoetingsplek voor en door jong en oud. Gezonde voeding en meer beweging hebben ook een sociaal effect. De fijnmazige fietsstructuur in en buiten de stad nodigt uit tot bewegen en verplaatsen. Op deze wijze stimuleren we direct en indirect onze gezondheid. Want elke dag een uur bewegen – te voet of op de fiets – verlengt de gemiddelde levensduur met vijf jaar.

Stadsgroen biedt verkoeling en ontspanning. Thermische hittekaarten laten onmiskenbaar zien waar Groningen in toenemende mate is versteend en verhard en hoe schaars koele plekken zijn geworden in een verdichte stad. Omgekeerd vinden regenbuien in ons stedelijk gebied steeds slechter hun weg in de droger en steniger wordende ondergrond. We moeten daarom blijven investeren in een klimaatbestendige stad met meer openbaar groen en een slimme opvang en geleiding van regenwater om aan deze opgaven het hoofd te bieden. Groen en water zijn dierbaar, duurzaam en kostbaar en moeten voor iedereen bereikbaar zijn en blijven. Waar mogelijk voegen we beide toe; de mogelijkheden in een grotere gemeente Groningen – met Ten Boer en Meerstad – verruimen en vergroten ons blikveld.

In Groningen scheppen we de randvoorwaarden om gezond ouder te worden. De lucht is schoon en gezonde voeding is dichtbij. En onze inwoners kiezen uitgesproken voor duurzame energiebronnen. Jaarlijks komen er nu meer dan 10.000 zonnepanelen bij op onze daken. Met slim gebruik van windenergie en aardwarmte in de vorm van geothermie maken we onze klimaatdoelstellingen haalbaar. Ook onze vervoermiddelen worden minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Elektrische motoren, transport op waterstof en zelfrijdende auto’s veranderen het perspectief op mobiliteit ingrijpend.

De stad van de toekomst krijgt ook vorm door de razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie. Groningen heeft een excellente proeftuin en kenniscentrum in de vorm van Entrance en de Energy Academy. Innovatie, creativiteit en kennis passen we lokaal toe in de woningbouw, in de stadsverwarming en energie-opwekking. We bieden ruimte voor experimenten die onze duurzaamheidsdoelstellingen ondersteunen.

4 Energietransitie

Groningen wil in 2035 een energie-neutrale stad zijn. Duurzaamheid staat al jaren hoog op de agenda. Nu de maatschappelijke discussie over duurzame energie breed wordt gevoerd, lijkt de tijd rijp voor een integraal perspectief op een duurzame stedelijke ontwikkeling. In de afgelopen decennia heeft de duurzame ontwikkeling zich vooral gericht op het beheer en de verbetering van bestaande gebouwen en woningen. Het plaatsen van zonnepanelen, het verbeteren van isolatie, het toepassen van dubbel- en tripleglas en het gebruik van warmtepompen: er is een breed scala aan energiebesparende maatregelen voor huishoudens beschikbaar gekomen. ‘Groene’ en zuinige energielabels zijn definitief onderdeel van onze woningontwikkeling geworden.

Ook de stedelijke ontwikkeling heeft in de afgelopen decennia een duurzaam karakter gehad. Groningen ontwikkelt zich als compacte stad en gaat spaarzaam met ruimte om. De mobiliteitsstatistieken van de stad bevestigen het duurzame karakter; nergens ter wereld wordt zo veel gefietst en het autobezit ligt in Groningen ver onder het landelijk gemiddelde. De auto wordt steeds minder bepalend voor de inrichting van de openbare ruimte. Kwaliteit van de leefomgeving is het nieuwe leidende principe.

De ambitie van de stad om energieneutraal te worden, moet steeds meer in verband worden gebracht met de ontwikkeling van de regio als geheel. Dit is niet alleen van belang voor de aardbevingsproblematiek in de komende 30 jaar. Om genoeg duurzame energiebronnen aan te kunnen wenden heeft de stad het ommeland nodig. Het energievraagstuk overstijgt de grenzen van de stad. Er is een combinatie van collectieve en individuele energiebronnen nodig, die de mogelijkheden en oppervlakte van de stad te boven gaat. Nu zich in zowel stad als regio een veelbelovende energiesector ontwikkelt, komt een volledige energietransitie ineens dichtbij. De energiemarkt vernieuwt zich pijlsnel, op het Zernike-terrein wordt gebouwd aan de Energy Academy en het Entrance-laboratorium experimenteert met verschillende energievormen. In de Eemshaven is een elektriciteits-, productie- en distributieknooppunt ontstaan. Stedelijke warmtenetten en gebruik van geothermie als warmtebron komen steeds dichterbij. Tegelijk zien we dat mensen steeds meer zelf energieproducent worden. Kunnen de energietransitie en de economische ontwikkeling van stad en regio elkaar versterken?

5 Iedereen helpt mee

Voor een goed woon- en leefmilieu is de inzet en betrokkenheid van onze inwoners meer dan ooit nodig. Onze wijken staan er goed voor door gerichte investeringen in de woon- en leefomgeving.

Maar dat meer mensen dichter op elkaar wonen, brengt ook spanningen met zich mee. In combinatie met het verdwijnen van rijksmiddelen om problemen aan te pakken, ontstaat een nieuwe uitdaging. De eigen inbreng van iedereen in de eigen straat, buurt of wijk is hierbij van essentieel belang. Sociale cohesie en kleinschaligheid bevordert dat mensen elkaar kennen en zich om elkaar bekommeren. Zo kunnen mensen elkaar ondersteunen, waardoor mensen langer in staat zijn zichzelf zelfstandig te redden.

De ontwikkeling naar een samenleving waaraan iedereen zijn of haar steentje bijdraagt, hangt nauw samen met de afnemende financiële slagkracht van de gemeente. Wijkgerichte ontwikkeling door grootschalige programma’s is beëindigd met het aflopen van het Investerings budget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Daarbij komt dat corporaties niet meer kunnen investeren in wijkvernieuwing. Tegelijk ontstaan nieuwe kansen door belangen van meerdere partijen te combineren en nieuwe coalities te vormen. Ook in de financiering moeten we op zoek naar nieuwe investeringsbronnen om te voorkomen dat de leefbaarheid in onze wijken achteruit gaat. Ook zien we vaker vraagstukken buiten de stedelijke vernieuwing die het dagelijks leven van bewoners raken. De verandering in zorg en welzijn is de belangrijkste opgave die we in Groningen gebiedsgericht aanpakken.

De uitdaging om stedelijk beleid te vertalen in concrete en haalbare projecten wordt door deze ontwikkelingen alleen maar groter. Alleen met hulp van alle partijen kunnen we voorzieningen in de wijken op peil houden, zorgen voor werk voor lager en hoogopgeleiden, zorgen voor een stad van 0 tot 105 en toegankelijke voorzieningen en zorg op maat leveren in een groeiende stad. Een zinvol, gezond en productief leven is net zo belangrijk voor mensen die niet altijd perspectief op werk hebben. Het stimuleren en faciliteren van deze onderstroom is ook goed voor de stad.

De stad kent veel vrijwilligers, mensen die lid zijn van een vereniging of op een andere manier actief zijn in de samenleving. De vraag is hoe we de kennis, kunde en creativiteit van de samenleving nog beter kunnen benutten, hoe we de mensen die aan de kant staan bereiken. Hoe maken we de transitie van afhankelijkheid naar zelfbewustzijn, zelfstandigheid en zelfredzaamheid? Vanzelfsprekend helpen we mensen die die stap niet zelf kunnen zetten.

Allereerst gaan andere partijen structureel een grotere rol vervullen bij planontwikkeling en uitvoering. Natuurlijk zijn we daar al hard mee bezig: Let’s Gro, de nieuwe woonvisie, de plannen voor de Binnenstad, de burgertop, de G1000, de cocreatietrajecten in diverse wijken en innovatieateliers. Allemaal voorbeelden om een brug te slaan tussen beleid en project.

Die rol kan en moet verder worden versterkt en een meer permanent karakter krijgen door informatie breed en actueel beschikbaar te stellen. De omgevingswet zorgt ervoor dat alle informatie digitaal beschikbaar wordt gemaakt. Bewoners kunnen dan op straat- en wijkniveau alle verschillende plannen inzien, voor commentaar, voor nieuwe initiatieven en eigen ideeën. Dit vereist van ons als gemeente twee dingen: een integrale afweging en het vermogen sneller te schakelen tussen schaalniveaus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *